Vorige week zag ik in de trein drie mannen tegelijk een schaakspel openen op hun telefoon. Niet samen. Geen praatje. Alleen drie schermen waarop dezelfde zwart-witte stukken werden verschoven. Een paar jaar geleden hadden die drie waarschijnlijk Candy Crush gespeeld, of door Instagram gescrolld. Nu denken ze drie minuten na over een zet. Schaken is opeens overal, en het zijn niet de schaakliefhebbers van vroeger die het spelen. Het zijn mannen tussen de 25 en 40 die nooit eerder een toren van een loper konden onderscheiden.
Hoe een Netflix-serie alles veranderde
The Queen's Gambit kwam uit in oktober 2020 en chess.com had binnen een week meer registraties dan in de drie maanden ervoor. Wat tot dan werd gezien als nichehobby, namelijk eindeloos turen naar zwart-witte stukken hout, kreeg ineens iets aantrekkelijks. Het hielp dat de serie schaken filmde alsof het een sport was: spanning, ego en stille drama. Anya Taylor-Joy speelde een verslaving zoals Hollywood normaal cocaïne filmt, met kleur, focus en blik. Die blik bleef hangen.
Sinds die zomer zijn de cijfers nooit meer teruggezakt. Chess.com staat nu rond de 200 miljoen accounts wereldwijd. In 2020 waren dat er ongeveer 50 miljoen. Het is een van de weinige hobby's waar we tijdens de pandemie aan begonnen en waar we jaren later nog harder mee bezig zijn.
Magnus Carlsen is meer rolmodel dan topsporter
Vroeger had topschaken Bobby Fischer, en daarna een lange stilte. Nu is er Magnus Carlsen. Hij is 35, draagt sneakers achter het bord, weigert mee te doen aan WK-finales als hij er geen zin in heeft, en streamt op Twitch terwijl hij speelt, met streamers in zijn chat en muziek erbij. Hij gedraagt zich niet zoals een wereldkampioen geacht wordt, en juist daarom werkt het.
Daaronder zit een hele generatie spelers die schaken op camera spelen. Hikaru Nakamura, Levy Rozman, Anna Cramling. Ze leggen zetten uit terwijl ze spelen, lachen om hun eigen blunders, en laten zien dat schaken niet alleen iets is voor stille types in stoffige clubzaaltjes. Het is amusement, slimheid en humor tegelijk.
Wat schaken doet wat scrollen niet kan
Hier zit volgens mij de echte reden. Een potje blitz duurt drie minuten. Daarin kan je niet meeluisteren, niet half meekijken, niet even checken wat er gebeurt op WhatsApp. Je doet één ding. Je verliest met een dom paard, je herstelt, en je doet nog een potje. Dat soort focus voelt na een dag van vergaderingen en notificaties bijna therapeutisch.
Vergelijk dat met Reels. Daar krijg je dopamine voor niks doen. Bij schaken krijg je dopamine voor iets oplossen. Een groot verschil dat je hoofd aan het eind van de dag merkt. Niet voor niks dat dezelfde mannen die voor schaken kiezen, ook andere analoge dingen oppakken. We schreven eerder over mannen die hun scherm ruilen voor vinyl en filmrolletjes, en over een geel kastje van 55 euro dat scrollverslaving moet breken. Schaken hoort in dat rijtje thuis. Niet omdat het ouderwets is, maar omdat het iets vraagt en iets teruggeeft.
Beginnen kost je twintig minuten
De drempel is lager dan ooit. Je opent chess.com of de app Lichess, je drukt op play, en je staat binnen een minuut tegen iemand uit Polen of Brazilië. De rating zorgt ervoor dat je tegen mensen op jouw niveau speelt. In het begin verlies je. Veel. Maar dat valt niet op, want je tegenstander zit ergens in zijn keuken en doet exact hetzelfde.
Een paar tips voor de eerste week. Speel ten minste tien partijen voor je beslist of het iets voor je is, want één potje is geen schaken, dat is alleen iemand die over een bord staart. Doe daarna één keer per dag een paar puzzels op chess.com, die laten zien wat je hebt gemist. En kijk vijf minuten Levy Rozman op YouTube voor je gaat slapen. Hij doet meer voor je rating dan welk boek dan ook.
Waarom dit langer dan een trend duurt
Schaakclubs in Nederland kijken er met een schuin oog naar. De Schaakbond ziet de cijfers van clubleden licht teruglopen, terwijl het online spelen explodeert. Dat zegt iets over hoe mannen nu liever schaken: alleen, op de bank, om half elf 's avonds, met koptelefoon op. Het is privaat geworden waar het ooit een clubactiviteit was.
Maar het is geen rage zoals pickleball of cold plunge-baden. Schaken vraagt geen abonnement, geen kleren, geen weersomstandigheden, geen vrienden die meedoen. Het past in de zakken van mannen die toch al de hele dag op hun telefoon zitten. Daarom zet dit langer door dan de meeste hobby-trends. Op het moment dat je iets vindt wat je zinniger laat scrollen, of eigenlijk niet eens scrollen maar denken, laat je dat niet snel meer los.
Die drie mannen in de trein? Die zien we terug. Ook over twee jaar.