Gear

Goal Zero maakt zijn zonnepaneel een stuk kleiner

· 4 min leestijd

Wie weleens met een zonnepaneel op zijn rugzak heeft gelopen, kent het probleem. Die dingen zijn breed, stug en passen nooit lekker tussen je andere spullen. Goal Zero, het merk achter de populaire Yeti-powerstations, pakt dat nu aan. De Nomad 100 krijgt een herontwerp dat op de Outdoor Market Alliance-beurs in Denver werd getoond, en het belangrijkste verschil zit hem niet in het vermogen, maar in het formaat.

Volgens Outside was de Nomad 100 een van de meest besproken producten op de beurs, juist omdat formaat al jaren de grootste klacht is over draagbare zonnepanelen.

Zelfde vermogen, kleiner pakket

De nieuwe Nomad 100 levert nog altijd 100 watt, precies zoveel als de huidige versie. Wat wel verandert is hoe compact het paneel opvouwt. Goal Zero heeft de losse panelen dunner gemaakt en de scharnieren anders geplaatst, waardoor het opgevouwen pakket ongeveer driekwart van de oude afmetingen heeft. Voor wie het paneel meeneemt op een overlandtrip of in een dakbox meesjouwt, scheelt dat letterlijk ruimte die je aan andere uitrusting kunt besteden. Zo'n reistas die ook als dagtas dient heeft tenslotte ook niet veel armslag meer als er een plank van 60 bij 20 centimeter dwars doorheen moet.

Waarom formaat zo zwaar weegt bij zonnepanelen

Bij powerbanks en batterijen draait alles om capaciteit. Bij een zonnepaneel is dat anders, want het gaat om het oppervlak dat zonlicht opvangt. Minder oppervlak betekent minder vermogen, dus fabrikanten kunnen niet zomaar inkrimpen zonder in te leveren op laadsnelheid. Goal Zero claimt dat te hebben opgelost door efficiëntere monokristallijne cellen te gebruiken die meer energie per vierkante centimeter omzetten. Het paneel blijft daardoor even krachtig, maar neemt minder ruimte in je bagage in beslag. Voor kampeerders die toch al krap zitten met een bolderkar vol strandspullen of een volle daktent, is dat precies het soort winst dat telt. Wie de oude generatie al kent, weet dat het paneel na een paar keer op- en dichtvouwen zijn scherpe hoeken kreeg. Bij de nieuwe versie zijn de scharnieren steviger uitgevoerd, wat de levensduur ten goede moet komen.

Werkt samen met de Yeti-powerstations

Het paneel is met ingebouwde kabels direct te koppelen aan de Yeti-serie van Goal Zero, de powerstations waarmee je onderweg een koelbox, laptop of drone kunt bijladen. Dat maakt de Nomad 100 vooral interessant voor wie al in dat ecosysteem zit. Los kopen kan ook, maar dan mis je het gemak van de meegeleverde connectoren die precies op de Yeti-aansluitingen passen. Het weerbestendige ontwerp met kickstand blijft verder hetzelfde als bij het huidige model: je zet het paneel schuin neer op de gewenste hoek en klaar. Handig is ook dat je meerdere Nomad-panelen aan elkaar kunt koppelen als je onderweg meer vermogen nodig hebt, bijvoorbeeld tijdens een langere trip zonder stroomaansluiting.

Prijs en releasedatum

Goal Zero mikt op een release in oktober 2026, met een adviesprijs van 400 dollar. Een officiële Nederlandse of Europese prijs is er nog niet, maar reken bij invoer en btw al snel op een bedrag rond de 450 tot 500 euro. Dat is niet goedkoop voor een zonnepaneel, maar het huidige Nomad 100 kost via internationale retailers ook al een vergelijkbaar bedrag. Je betaalt dus niet extra voor het compactere formaat, je krijgt het er min of meer gratis bij.

De markt voor draagbare zonnepanelen groeit hard

Goal Zero staat niet alleen. Ook Anker, EcoFlow en Bluetti brengen de laatste jaren steeds compactere panelen uit, aangedreven door de groei van overlanding en vanlife. Wat Goal Zero onderscheidt, is de directe koppeling met een eigen powerstation-lijn en de reputatie die het merk al jaren heeft in de Amerikaanse outdoormarkt. Concurrenten leveren vaak net iets meer watt voor hetzelfde geld, maar missen die naadloze aansluiting op een eigen ecosysteem. Voor wie toch al een Yeti-powerstation heeft, is de keuze dan ook snel gemaakt. Voor wie nog niets heeft, loont het om prijzen te vergelijken voordat je toeslaat, want de markt verandert momenteel snel.

Dit is waar je op moet letten voor je koopt

Twijfel je tussen het huidige model en wachten op de nieuwe versie, dan is de vraag vooral hoeveel ruimte je hebt in je bagage. Rijd je vooral met een camper of bus waar een paneel plat op het dak ligt, dan maakt het formaat weinig uit en kun je gerust nu al toeslaan. Sjouw je alles zelf op je rug tijdens een trektocht of vaar je met een klein bootje waar elke centimeter telt, dan is wachten tot oktober het overwegen waard. Net als bij een goed zakmes dat zijn geld waard is geldt hier: het gaat niet om het duurste of grootste model, maar om wat écht past bij hoe je het gebruikt.

J
Geschreven door Jorn Pieters Rides & gear redacteur

Jorn is ex-automonteur die na vijftien jaar garagewerk zijn schroefsleutel verruilde voor een toetsenbord, maar zijn handen zijn nooit helemaal schoon geworden. Hij schrijft over auto's, motoren en gadgets met de kennis van iemand die weet hoe dingen echt werken onder de motorkap, en niet alleen hoe ze eruitzien op Instagram. Zijn vriendin vindt het verdacht dat hij altijd olie aan zijn handen heeft, zelfs als hij zogenaamd de hele dag heeft zitten typen. In het weekend vind je hem op oldtimerbeurzen of in zijn eigen garage, waar hij een Volkswagen Kever uit 1972 langzaam weer tot leven probeert te wekken. Hij gelooft heilig dat elke man minstens één keer in zijn leven zelf een band moet verwisselen, al was het maar voor het gevoel.