Rides

Klassieke auto's waren deze zomer duurder dan ooit

· 6 min leestijd

Op papier is het gewoon een parkeerterrein in Californië waar een week lang auto's van de hand gaan. Maar deze zomer in Monterey liep de teller op tot zo'n 755 miljoen dollar, bijna drie kwart meer dan vorig jaar en een record dat zelfs de gekte van 2022 verslaat. Elf auto's gingen voor meer dan tien miljoen dollar van de hamer, meer dan de vijf voorgaande edities bij elkaar. Als je denkt dat de klassieke autowereld een rustig hoekje is voor verzamelaars met te veel geld, dan is dit het moment om die aanname bij te stellen.

Wat hier gebeurde, raakt verder dan Amerika. Het zegt iets over wat mensen wereldwijd belangrijk vinden om te bezitten nu elektrisch rijden de norm wordt. En het verklaart meteen waarom de elektrische Renault 8 Gordini die we laatst bespraken geen toeval is: fabrikanten zien dat nostalgie verkoopt, ook in een elektrisch jasje.

Een Cobra uit 1964 knalt door elke verwachting

Het absolute hoogtepunt was een blauwe Shelby Cobra Daytona Coupe uit 1964. Veilinghuis Gooding Christie's schatte de auto vooraf op zo'n 25 miljoen dollar. Hij ging uiteindelijk weg voor 42,9 miljoen dollar inclusief kosten, daarmee de duurste Amerikaanse auto ooit die onder de hamer kwam. Zes van de honderd gebouwde exemplaren bestaan nog, en dat soort schaarste drijft de prijs natuurlijk op. Maar bijna zeventig procent boven de inschatting uitkomen, dat gebeurt niet vaak, zelfs niet bij de meest gewilde klassiekers.

Het laat zien dat kopers niet zomaar meebieden omdat het kan. Ze jagen gericht op auto's met een verhaal: racegeschiedenis, een beperkte oplage, een naam die verder reikt dan de autowereld. Precies de reden waarom JDM-klassiekers nu ook naar Amerika mogen stromen zodra ze de 25-jaarsregel passeren: schaarste plus verhaal is een combinatie die werkt, ongeacht het land van herkomst.

Zelfs een gloednieuwe Ferrari wordt al een verzamelobject

Het vreemdste resultaat van de week kwam niet van een oldtimer. RM Sotheby's veilde tijdens een liefdadigheidsveiling een gloednieuwe Ferrari Luce, het eerste volledig elektrische model van het merk, voor 40 miljoen dollar. Daarmee is het de duurste nieuwe auto die ooit onder de hamer ging, nog voordat de eerste klant hem op de weg heeft gezien.

Dat is geen normale marktprijs, het bedrag ging naar goede doelen en de koper kocht vooral het idee om de allereerste te zijn. Toch is het veelzeggend: zelfs Ferrari's eigen stap naar elektrisch wordt binnen de verzamelaarswereld meteen als mijlpaal behandeld. Verzamelaars zetten in op het moment, niet alleen op het blik.

Waarom niemand dit zag aankomen

Veilinghuis Hagerty had voor de hele week zo'n 470 tot 500 miljoen dollar voorspeld. De uiteindelijke opbrengst lag daar ruim vijftig procent boven. Opvallend is dat het aantal verkochte auto's nauwelijks hoger lag dan andere jaren, de winst zat vooral in de gemiddelde prijs per auto. En die stijging kwam voor een groot deel van moderne supercars: auto's van de laatste twintig jaar waren goed voor meer dan de helft van alle omzet die week.

Dat is een verschuiving ten opzichte van vroeger, toen Monterey vooral draaide om vooroorlogse Bugatti's en Duesenbergs. De klassieke smaak verdwijnt niet, een Duesenberg die ooit van Clark Gable was won gewoon de hoofdprijs bij het Pebble Beach-concours, maar de kopersgroep is breder geworden. Jongere verzamelaars met geld uit tech en finance kopen liever een Ferrari F40 of McLaren F1 dan een auto uit de jaren dertig waar ze geen emotionele binding mee hebben.

Niet elke klassieker profiteert evenveel

Het is geen verhaal waarbij alles automatisch meer waard wordt. Instapklassiekers en gewone jaren-tachtig youngtimers bewogen nauwelijks in prijs, de groei zat echt aan de top van de markt. Precies het soort tweedeling dat je ook ziet bij de sportauto's die dit jaar van de markt verdwijnen: zodra een model niet meer nieuw te koop is, wordt elk overgebleven exemplaar interessanter voor verzamelaars, maar alleen als het al iets bijzonders was om mee te beginnen.

Het betekent ook dat waardevermeerdering bij klassiekers steeds minder voorspelbaar wordt via simpele vuistregels als "ouder is beter" of "zeldzaam is duur". Verhaal, staat en herkomst wegen zwaarder dan ooit, en dat is iets waar je als potentiële koper rekening mee moet houden voordat je denkt dat elke garagevondst een goudmijn is.

Wat je hieraan hebt als je zelf ooit een klassieker overweegt

De les uit Monterey is niet dat je morgen een veilinghuis moet bellen. Het is dat de markt voor bijzondere auto's gezonder is dan de laatste jaren werd gedacht, en dat kopers wereldwijd weer vertrouwen hebben om serieus geld neer te leggen voor iets met geschiedenis. Voor wie zelf ooit een klassieker koopt, is de praktische les simpel: kijk niet alleen naar het bouwjaar of het merk, maar naar wat de auto uniek maakt. Een compleet documentatiedossier, een beperkte oplage of een aantoonbare racehistorie bepalen tegenwoordig meer over de waarde dan de leeftijd alleen. Wie dat begrijpt, koopt met zijn hoofd in een markt die voor het eerst in jaren weer op zijn kop lijkt te staan.

R
Geschreven door Rafael Santos Auto & style schrijver

Rafael is half Braziliaans, half Nederlands en volledig geobsedeerd door stijl, design en alles wat er cool uitziet. Hij groeide op in Rotterdam-Zuid met samba op de achtergrond en Nederlandse directheid aan de keukentafel, een combinatie die zijn schrijfstijl perfect beschrijft. Of het nu gaat om een nieuwe tattoo-trend, de mooiste muscle car of het beste barbershop-kapsel, hij weet er iets over te zeggen en doet dat graag en ongevraagd. Zijn vrienden noemen hem de onofficiële stijladviseur van de vriendengroep, een titel die hij met trots draagt ondanks dat niemand erom heeft gevraagd. In de zomer vind je hem op zijn vaste terras in Katendrecht met een espresso en een mening over alles wat voorbijloopt.